Spring naar inhoud

HySync blauwe waterstof: licht op groen voor blauwe waterstof

‘Niemand wordt volwassen geboren’, daarmee schetste Michelle Prins heel treffend de situatie voor de waterstofeconomie tijdens de HySync kennissessie op 21 mei. De inzet van koolstofarm waterstof moet groeien. Én je moet ergens beginnen. Bij deze eerste HySync bijeenkomst werd dieper ingegaan op blauwe waterstof; over de definitie, de inzet, voor- en nadelen en de verdere ontwikkeling van de waterstof economie. En hoewel lang niet alles duidelijk is, is het wél tijd om te beginnen.

Over waterstof en zeker over blauwe waterstof wordt veel gezegd. Vaak in one-liners en met een vertekend beeld van de huidige situatie. Om te zorgen dat het gesprek met gelijke informatie- en argumenten wordt gevoerd, heeft HyNorth in 2023 twee kennissessies gepland. Deze kennissessies zijn bedoeld om de stakeholders te informeren en bij te praten, vandaar de naam HySync.

De sessie op 21 mei behandelde blauwe waterstof. Met inhoudelijke bijdragen van Gerard Martinus van Gasterra, Alexander Jongenburger van Equinor, Michelle Prins van Natuur en Milieu en Hans Warmenhoven van EBN kregen de bezoekers een evenwichtig beeld van blauwe waterstof. Van de definitie tot de toekomst. 

Blauw

Er is veel aandacht voor waterstof in de energietransitie. Afhankelijk van de toepassing wordt waterstof op veel plaatsen gezien als de oplossing om CO2 emissies te voorkomen. Vanuit de gedachte van het uitfaseren van fossiele bronnen wordt daarbij uitgegaan van ‘groene’ waterstof, geproduceerd uit hernieuwbare bronnen. Maar zover is het nog niet. De productie van groene waterstof zal de komende jaren nog flink moeten toenemen om daar het verschil te maken. Gerard Martinus zette voor de volledigheid de kleurenwaaier van waterstof nog eens op een rij. De waterstof die nu al wordt ingezet in de industrie is veelal nog ‘grijs’; Van aardgas (CH4) wordt met SMR (Steam Methane Reforming) waterstof (H2) en CO2 gemaakt. Die CO2 wordt in de atmosfeer uitgestoten. Wanneer een deel van deze CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, wordt de waterstof al blauw genoemd. Afhankelijk van de gebruikte technologie kan tot 95% van de CO2 worden afgevangen. Beter is het om over koolstofarme waterstof te praten, of LCH (Low Carbon Hydrogen). Het maakt in principe niet uit welke kleur waterstof in een proces wordt gebruikt, zuiverheid van waterstof en de vermeden uitstoot van CO2 zijn belangrijk, niet de herkomst.

Projecten

In en om Nederland wordt er op diverse plaatsen gewerkt aan LCH projecten. Alexander Jongenburger van het Noorse Equinor voorziet een belangrijk rol voor de decarbonisatie van aardgas naar waterstof voor de (Nederlandse) energietransitie. Zeker de komende decennia zal de inzet van blauwe waterstof gaan zorgen voor het vlottrekken van de energietransitie. Daarbij bestaat volgens sommigen het risico op ‘lock in’, de prijs en volumes van blauwe waterstof worden zó gunstig dat de ontwikkeling van groene waterstof geremd wordt. Volgens Jongenburger zal dat niet zo’n vaart lopen. De fossiele bronnen raken schaarser en daardoor wordt groene waterstof uit hernieuwbare bronnen vanzelf voordeliger.

Een actueel voorbeeld van een project in Noord Nederland is H2M in Eemshaven met een productiedoel van 210kton waterstof per jaar. Met >95% afvangen van CO2 zorgt dit voor een CO2 uitstootvermindering van  1,7Mton per jaar. Wanneer de FID (Final Investment Decision) in 2025 valt, kan de fabriek in 2029 opstarten.

Voor die FID zijn nog wel een aantal stappen te nemen. Zo moet er een sluitende businesscase zijn én een horizon om de investering van ruim 1,5 miljard euro terug te kunnen verdienen. Bijvoorbeeld met lange termijn afspraken van 10 tot 15 jaar met grootschalige afnemers. Op zich zijn alles schakels aanwezig om een sterke keten te maken maar ontbreekt het nog aan een regievoerende partij.

Op -relatief- kleinere schaal is er een kans in het industriecluster Oost Groningen. Daar verbruiken zeven bedrijven jaarlijks zo’n 250 miljoen m3 aardgas. Het bijmengen van waterstof, blauw en groen, kan daar het verschil gaan maken in CO2 emissie en zorgen voor ervaring en opschaling. Om dit mogelijk te maken is nog waterstof infrastructuur nodig. Ook hier moeten een aggregator en een regievoerende partij gaan zorgen dat industrie, producenten en overheden elkaar kunnen vinden. 

Koolstofarm

De belangrijkste reden om zo snel mogelijk te decarboniseren is het remmen van de opwarming van de aarde. De uitstoot van CO2 moet worden teruggedrongen om in de buurt te komen van de doelstelling van 1,5 graden Celsius. Michelle Prins van Natuur en Milieu liet zien dat de discussie over afvangen, opslaan en hergebruiken van CO2 nog niet klaar is. Maar het is ook duidelijk dat we niet kunnen wachten tot het slotwoord. Of zoals ze zei: ‘niemand wordt volwassen geboren’. Met vallen en opslaan moet ervaring worden opgedaan en kan nu al begonnen worden met impact maken. Het beleidskader uit het klimaatakkoord uit 2019 biedt daar goede handvatten voor; Gebruik opslag voor industriële emissies, als er geen alternatieven zijn en sla het op onder de zeebodem, niet onder land. Bij de inzet van blauwe, of liever koolstofarme waterstof, pleit Natuur en Milieu ook om verder te kijken. Er is een visie nodig om de implementatie goed te laten verlopen. Daarin moet ruimte blijven voor hernieuwbare waterstof en moet voorkomen dat er een ‘lock in’ ontstaat door blauwe waterstof. Omdat de productie van hernieuwbare waterstof niet voldoende in Nederland kan plaatsvinden, zullen importketens nodig zijn. En niet in de laatste plaats moet de vraag, en daarbij het aanbod, ook worden gestimuleerd. 

Systeem

De transitie naar waterstof is een systeemaanpak. Hans Warmenhoven van EBN liet in zijn presentatie een model zien dat door het Planbureau voor de Leefomgeving is gemaakt over het energiesysteem in 2050. En in dat model van het energiesysteem is weinig ruimte voor fossiele energiebronnen en dus ook weinig ruimte voor blauwe waterstof. Elektrificatie en hernieuwbare waterstof hebben daarentegen een groot aandeel in het model. Wanneer biogrondstof wordt gebruikt voor het maken van waterstof en de vrijgekomen CO2 wordt opgevangen of zelfs hergebruikt, pas dan is sprake van netto negatieve emissies. Wat Warmenhoven ook duidelijk maakte, is dat er verschillende scenario’s met uiteenlopende uitkomsten zijn. In ieder geval is de opschaling van hernieuwbaar waterstof niet eenvoudig en zal zeker in de komende jaren de import van waterstof nodig zijn. 

Wrap-up

We zijn er nog lang niet. Er moet nog een hoop gebeuren om de uitrol van waterstofprojecten écht op gang te krijgen. Een partij die als aggregator de verbinding gaat leggen tussen ambities, plannen, uitvoering en alle stakeholders lijkt daar de ‘missing link’ in te zijn. Wellicht is het ook de partij die, met hulp van overheden, kan zorgen voor rust en perspectief. Op korte termijn zijn veel business cases moeilijk rond te rekenen door onzekerheid op de lange duur. Daar kunnen regelingen en langdurige afspraken het verschil maken. Net als bij wind op zee zal het begin roerig zijn en zal de markt na verloop van tijd zelfstandig en volwassen worden.